Theun Busser, foto Schaatskroniek nr. 11, 6 april 1985

Theun Busser

Midden jaren tachtig beleefde het marathonschaatsen zijn hoogtijdagen. Met de Elfstedentochten van ‘85 en ’86, waarin Evert van Benthem zichzelf onsterfelijk maakte, kwam de sport goed in beeld. Publicitair werd het meer en meer interessant voor sponsors. Zo besteedde AVRO's Sportpanorama jaarlijks aandacht aan de Alternatieve Elfstedentocht. In die tijd vond mijn vader het ook nodig om de tochten in Finland en zelfs in Canada te rijden. Zo zat ik natuurlijk aan de buis gekluisterd en de presentatoren Jos Kuijer en Jack van der Voorn verkochten de sport goed. De drang om van dat kleine wereldje deel uit te maken begon misschien wel hier.

In een van die televisie uitzendingen werd ik geboeid door een besnorde marathonschaatser. Die snor was behangen met witte klonten ijs wat de sportman net dat extremere tintje meegaf. In een lichtblauw pak, met in wit opschrift FINNAIR op de borst, reed daar een rijder die voor mij opviel door zijn attente manier van rijden. Daarnaast viel hij op door de nét iets diepere schaatszit dan die van zijn collega schaatsers. Zijn naam was Theun Busser (1952) en in een portretje in een uitzending kwam naar voren dat hij in Utrecht woonde. En dat hij dus meestal trainde op de Vechtsebanen, die in die dagen nog niet overdekt was.

Nu, decennia later, blijkt Theun nog steeds een van de meest succesvolle marathonschaatsers uit de regio te zijn. Eerst was hij als junior al heel goed bij langebaan wedstrijden. Als student was hij in Utrecht beland en werd hij lid van HV de Vechtstreek. Daarnaast kwam hij in Jong Oranje terecht en naast enkele NK's Allround nam hij in 1978 deel aan de WK junioren. Dit WK werd verreden op een tijdelijk aangelegde ijsbaan in Montreal, Canada. Met overmacht werd Eric Heiden hier wereldkampioen en Theun finishte netjes als 14-de in het eindklassement. Maar na zijn Jong Oranje tijd was er geen ruimte in de kernploeg. Je had in die tijd nog geen commerciële ploegen en zo hield het langebaan avontuur eigenlijk op. Logischerwijs werd je dan marathonschaatser. Theun viel met zijn neus in de boter bij een club die in die tijd glorieerde met een aantal marathonschaatsers. De broers Bram en Piet Griffioen en natuurijs-crack Wim Vos waren onder andere (we willen niemand tekort doen) de gangmakers bij de trainingen.

Theun zat, met een iets te holle rug, wat dieper dan de gemiddelde marathonrijder en dat maakte dat hij opviel. Daarnaast zorgde hij ervoor dat hij er met zijn prestaties wel uit sprong. Op Nederlandse Kampioenschappen was hij met regelmaat terug te vinden op het podium, al bleef een titel buiten bereik. In 1982 pakte hij brons achter Jan Kooiman en Dries van Wijhe. In 1984 herhaalde hij dit nog eens: ditmaal achter Emiel Hopman en Jan Kooiman. Een jaar later schoof hij een plaatsje op en moest hij alleen Lex Cazemier voor laten gaan en eindigde hij voor Evert van Benthem. Bij de alternatieve Elfstedentochten beleefde hij zijn gloriedagen in 1985 en 1986 in Finland. In de jaren dat de echte tocht ook in Friesland verreden werd, was Theun daar spekkoper zo tegen de poolcirkel. Dat was in de periode na de lange zegereeks van Jan Roelof Kruithof. Ook in Friesland deed hij van zich spreken. In 1985 gleed hij op de Bonkevaart als vijfde over de streep op slechts luttele minuten van het illustere kwartet. Een jaar later finishte hij als 25-ste. Daarnaast wist hij op kunstijs zes marathons te winnen. In de meeste gevallen demarreerde hij een ronde of vijf voor het einde en de minimale voorsprong die hij dan behaalde wist hij dan met succes te verdedigen. Begin jaren negentig verdween Theun in stilte uit het schaatswereldje. Met dit schrijven willen we Theun in de spotlight zetten. Zijn manier van rijden en zijn erelijst moeten een inspiratie zijn voor menig schaatser. Voor mij was hij dat in ieder geval wel!

Arnold Gaasenbeek