Niet zij, maar wij

Met een voldaan gevoel en een 'kipknots' elleboog zo groot als mijn bovenbeen (en voor de beeldvorming, ik ben zeker niet gezegend met Sablikovabenen) is het tijd om weer eens een column te schrijven over mijn avonturen in het marathon peloton. Het is even stil gebleven, sorry daarvoor! Dit seizoen heb ik geworsteld met hoge verwachtingen die ik mezelf oplegde, terwijl ik deze vervolgens niet kon waarmaken. Sommige schaatsers kunnen blindelings de beuk erin gooien, bij mij gaat een wedstrijd gepaard met (te)veel gedachten en gepieker en ben ik in gevecht met mijn tegenstandsters, maar ook met mijzelf. Zo heeft iedereen wel zijn eigen sterke en zwakke punten, en ik heb ook dit seizoen weer een paar wijze lessen geleerd!

Maar nu verder over het marathonschaatsen ;). Wekenlang leefde ik naar de Weissensee toe, om daar de Alternatieve Elfstedentocht goed te rijden. We waren als team gebrand om deze tot een goed einde te brengen. Zoals Emma de Antropoloog mooi omschreef, is de 200 kilometer volbrengen een rite de passage die je door moet komen om jezelf een echte marathonschaatser te kunnen noemen.

De avond van tevoren was het tijd voor de ploegenbespreking en druk waren we scenario’s aan het uitdenken. "Als zij ontsnappen", "als zij wegrijden", "als zij de finale ingaan"... Dat leverde een stevige preek op van onze ploegleider. "Jullie praten alsof jullie zelf niet meedoen aan de wedstrijd! Het is wij en niet zij!". En vertwijfelend keken we elkaar aan. We wilden allemaal zo graag, maar niemand van ons had nog de Alternatieve uitgereden, en we hadden geen idee wat voor spoken we allemaal tegen zouden komen in die laatste paar kwellende kilometers.

En daar gingen we dan de volgende dag, op weg naar de ultieme strijd op het ijs. We hadden inmiddels op aanraden van onze ploegleiding allemaal zo’n één liter vocht gedronken, aangezien we goed moesten drinken en het echt bijna nooit voorkwam dat je moet piesen in de wedstrijd. Nou dat hebben we geweten, want bij ronde twee moest heel team Mastermind plassen. Ik zal niet zeggen wie en wanneer, maar ik moet bekennen dat er is geplast en dat we dus ook dit overgangsritueel eendrachtig hebben overleefd.

Na 150 kilometer en een paar flinke valpartijen begonnen langzamerhand de gevreesde spoken op te doemen. Ik hield me vast aan mantra’s om gefocust te blijven op het einddoel. "Als je 150 kan, dan kan je ook de laatste 50" of "50 kilometer dat is maar een criterium" of het simpelweg tellen van mijn slagen. Alles om maar goed in de wedstrijd te blijven! Dit lukte uiteindelijk goed en na 200 kilometer behaalden drie van de vier rijdsters van ons team de eindstreep. Moeheid, euforie, pijn en blijdschap volgden elkaar snel op.

Heel trots en blij ben ik dat we dit overgangsritueel hebben overleefd en het heeft me zeker mentaal gesterkt. We horen erbij, en het is niet langer zij maar wij. Team Mastermind komt eraan!

Jessica Merkens

Deze column is geschreven door Jessica Merkens.

De rijdster uit Langbroek maakt deel uit van Team Mastermind en komt uit in de Top divisie. Tijdens dit seizoen zal zij om de paar weken een stukje schrijven in deze rubriek.